Menu

Bloembollen planten voor kleur in tuin, border en pot

Wil je in het voorjaar bloemen in je tuin, courtyard of op je balkon? Kies bollen die passen bij de plek en plant ze op tijd, op de juiste diepte en met voldoende ruimte.

Rieten mandje met tulpenbollen op donkere tuingrond naast groene bladeren

Een zak bloembollen meenemen is eenvoudig; bepalen waar en wanneer je ze plant vraagt iets meer aandacht. Voorjaarsbollen gaan doorgaans in het najaar de grond in, terwijl andere soorten een eigen planttijd hebben. Ook zon, bodem en afwatering tellen mee: een natte plek is voor veel bollen ongeschikt, en een pot droogt anders uit dan een border. Met de informatie op het etiket, een paar eenvoudige plantregels en aandacht voor de bloeitijd kun je een plek kiezen die bij jouw tuin of terras past.

Welke bloembollen passen bij jouw tuin of terras?

Begin met de plek waar je de bloemen wilt zien. Noteer hoeveel zon die plek krijgt en kijk of regenwater er gemakkelijk wegloopt. Veel bollen groeien goed op een zonnige plek in grond die water doorlaat; er zijn ook soorten die geschikt zijn voor andere omstandigheden. Controleer daarom het etiket voordat je kiest. Houd ook rekening met de hoogte en bloeitijd, zodat bloemen niet achter grotere planten verdwijnen en je de bloei over meerdere maanden kunt spreiden.

Een border biedt ruimte om groepen te maken en bollen tussen vaste planten te zetten. In een pot kun je ze bij elkaar zetten voor een duidelijk kleuraccent; kies dan wel een pot met afwateringsgaten. Op een balkon is het gewicht en de beschikbare plek ook praktisch van belang. Bollen kunnen in potten groeien, maar de grond vraagt daar aandacht omdat een pot sneller uitdroogt dan volle grond. Voor de keuze van planten op basis van zon, bodem en ruimte kun je ook planten kiezen voor jouw tuin.

Wil je vroeg bloemen voor insecten, kijk dan naar soorten die in het vroege voorjaar bloeien. IVN Nederland Zoemt noemt krokussen en blauwe druifjes als bollen die vroeg bloeien en schrijft dat blauwe druifjes nectar bieden aan bijen. De organisatie wijst er ook op dat bloembollen geschikt kunnen zijn voor een pot op het balkon, volgens de tuintips van IVN Nederland Zoemt. Dit maakt ze een mogelijke aanvulling op andere bloeiende planten; het is geen garantie dat bepaalde insecten jouw tuin bezoeken.

Wanneer plant je de bollen?

De planttijd hangt af van de soort. Voorjaarsbloeiende bollen gaan doorgaans in de herfst de grond in. De Royal Horticultural Society noemt september en oktober als gebruikelijke maanden voor voorjaarsbollen en oktober en november voor tulpen. Sommige andere bollen hebben juist een planttijd in het voorjaar of de zomer. Gebruik daarom de soortnaam en de instructies op het etiket, in plaats van één kalenderdatum voor alle bollen aan te houden. De RHS-uitleg over het kweken van bollen beschrijft die verschillen per bloeitijd.

Koop bollen die stevig aanvoelen en vrij zijn van zichtbare beschadigingen of schimmel. Plant ze bij voorkeur kort nadat je ze hebt gekocht; bollen die lang worden bewaard of later dan aanbevolen worden geplant, kunnen minder goed bloeien. Als je in het najaar aan de slag gaat, bedenk dan alvast hoe de plek er in het voorjaar uitziet. Een kale rand langs een pad, een border tussen vaste planten of een pot bij de deur vraagt telkens om een andere verdeling.

Kies bij de samenstelling ook of je een korte, opvallende bloei wilt of een reeks bloemen na elkaar. Bekijk daarvoor de opgegeven bloeiperiode van elke soort. Zet niet alleen de kleur, maar ook de hoogte en het blad naast elkaar. Bollen die mooi staan als ze bloeien, kunnen na afloop nog blad hebben dat moet blijven staan. Houd daar rekening mee bij het plaatsen naast een terras of langs een looppad.

Hoe diep en op welke afstand plant je bloembollen?

Een bruikbare richtlijn voor de meeste bollen is planten op een diepte van twee tot drie keer de hoogte van de bol. Meet de bol zelf en gebruik die maat als uitgangspunt; een bol van 5 centimeter hoog komt volgens het voorbeeld van de RHS in een plantgat van 10 tot 15 centimeter diep. De soortaanwijzing gaat voor als die een andere diepte vermeldt. De RHS adviseert voor veel bollen in de border een onderlinge afstand van ongeveer één bolbreedte. Zo geef je elke bol ruimte zonder de groep onnodig wijd uit elkaar te zetten.

Voor een voller beeld kun je bollen in groepjes planten. De RHS adviseert groepjes van minstens zes bollen; voor een opvallend effect noemt de organisatie doorgaans 25 tot 50 bollen. Dat zijn richtgetallen voor het beoogde beeld, geen vaste hoeveelheid voor elke tuin. In een kleine pot of smalle border kan een kleiner aantal beter passen. Let erop dat de bollen elkaar niet raken en dat de groep past bij de beschikbare ruimte.

Zet de bol met de groeipunt omhoog en vul het plantgat met losse grond. Druk de aarde daarna licht aan. Veel voorjaarsbollen staan liever in grond die water kan afvoeren dan in een plek waar water blijft staan. Is de bodem op de gekozen plek vaak nat, verplaats de groep dan naar een beter drainerende plaats of gebruik een geschikte pot. Extra water geven is na het planten niet altijd nodig als de grond vochtig is; voorkom vooral dat de plek langdurig kletsnat blijft.

Hoe plant je bollen stap voor stap?

  1. Markeer de plek en controleer vooraf hoeveel zon ze krijgt en hoe de grond water afvoert. Zet de bollen met de verpakking erbij klaar, zodat de soorten niet door elkaar raken.
  2. Maak plantgaten op de diepte die bij de soort past. Gebruik de vuistregel van twee tot drie keer de bolhoogte alleen wanneer het etiket geen andere aanwijzing geeft.
  3. Zet de bollen met de groeipunt omhoog en houd ongeveer één bolbreedte afstand als uitgangspunt. Werk in groepjes die passen bij de border, pot of beschikbare strook.
  4. Vul de gaten met aarde en strijk het oppervlak voorzichtig glad. In een pot is een drainagegat nodig; geef na het planten water wanneer de potgrond droog is en laat overtollig water weglopen.
  5. Noteer waar je de soorten hebt geplant. Dat helpt later om de bloei te beoordelen en voorkomt dat je bij het volgende tuinwerk per ongeluk door de bollen spit.

Voor een pot kun je bollen wat dichter op elkaar zetten voor een tijdelijke voorjaarsdisplay. De RHS merkt op dat bollen in containers minder diep en dichter bij elkaar kunnen worden geplant, maar dat de bloei in het tweede jaar minder goed kan zijn; voor zo’n tijdelijke display adviseert de organisatie ze jaarlijks te vervangen. Volg bij een pot ook de aanwijzingen voor de soort en zorg dat overtollig water weg kan.

Waaraan zie je of de plek en aanpak werken?

Noteer in het voorjaar wanneer de eerste scheuten en bloemen verschijnen. Vergelijk dat met de opgegeven bloeitijd, maar houd er rekening mee dat het weer en de standplaats de ontwikkeling beïnvloeden. Komt een bol niet op, graaf hem dan niet meteen op: beoordeel eerst of de plek erg nat is geweest, of hij mogelijk te diep zit en of je het blad van het vorige seizoen te vroeg hebt verwijderd.

Laat na de bloei het blad staan totdat het vanzelf vergeelt. Dat blad helpt de bol reserves op te bouwen voor een volgende groeicyclus. In een gazon is dat extra belangrijk: maai de plek met bloeiende narcissen volgens de RHS ten minste zes weken na de bloei niet. Wacht bij voorkeur tot het blad geel en stroachtig is. Dat kan betekenen dat het gras tijdelijk langer blijft staan; plan de bollen daarom op plekken waar dat praktisch uitkomt.

Wil je een border combineren met andere planten, let dan op hun voorkeuren voor zon en grond. Lavendel vraagt bijvoorbeeld een zonnige plek met droge voeten; houd bij het combineren rekening met dat verschil via een zonnige, goed afwaterende plantplek voor lavendel. Zo voorkom je dat je alle planten dezelfde hoeveelheid water of dezelfde standplaats geeft terwijl hun behoeften uiteenlopen.

Een fout op deze pagina? Laat het de redactie weten.